Zzp-inhuur daalt met 12%: waarom de echte vraag niet over wetgeving gaat
De cijfers zijn duidelijk. In het eerste kwartaal van 2026 nam het aantal zzp-opdrachten met 12% af. Bij de overheid, met 44% verreweg de grootste opdrachtgever, daalde de vraag zelfs met 21%. De oorzaak ligt deels bij de economie, maar vooral bij iets anders: onzekerheid over zzp-wetgeving en de hernieuwde handhaving op schijnzelfstandigheid sinds begin 2025.
In de praktijk zien we steeds opnieuw hetzelfde gebeuren. De cijfers worden gelezen als een wetgevingsprobleem. Iets om op te wachten. Iets dat vanzelf oplost zodra Den Haag duidelijkheid schept. En precies die lezing is het risico.
De terughoudendheid is begrijpelijk. Sinds de handhaving op schijnzelfstandigheid weer actief is, en de Belastingdienst vanaf 2026 vergrijpboetes kan opleggen, kiezen opdrachtgevers vaker voor zekerheid. Onder zzp’ers zelf laat onderzoek zien dat 59% het moeilijker vindt om opdrachten te krijgen, en 39% naar eigen zeggen opdrachten daadwerkelijk is misgelopen.
De voorgestelde Zelfstandigenwet moet die duidelijkheid brengen. Maar slechts 28% van de zzp’ers verwacht dat de wet dat doel in de praktijk ook haalt. En zolang de wet door de Kamers moet en het rechtsvermoeden rond een uurtarief van circa 36 euro nog wordt uitgewerkt, blijft de onzekerheid bestaan.
Hier wordt het interessant. De meeste intermediairs en opdrachtgevers richten hun aandacht op de buitenkant van het probleem: welke wet komt er, welk tarief geldt, wat mag wel en niet. Logisch. Maar het is de verkeerde plek om te kijken.
Want wat de Belastingdienst toetst, en wat elke opvolger van de Wet DBA blijft toetsen, is niet het contract. Het is de werkelijkheid. Hoe de arbeidsrelatie in de praktijk is vormgegeven, vastgelegd en onderbouwd. Geen enkele wet verandert dat uitgangspunt.
En daar zit de winst niet in afwachten, maar in inrichten. Niet in de vraag wélke wet komt, maar of je organisatie aantoonbaar kan laten zien hoe een arbeidsrelatie werkelijk in elkaar zit. Dat is geen juridische kwestie. Dat is een kwestie van dossiervorming, contractbeheer en administratieve onderbouwing, dus van backoffice.
Een intermediair die wacht op wetgeving, schuift de regie naar Den Haag. Een intermediair die zijn backoffice op orde heeft, houdt die regie zelf. Het verschil zit niet in de wet. Het verschil zit in de voorbereiding.
Wie nu zorgt dat arbeidsrelaties correct zijn vastgelegd, dat dossiers compleet zijn en dat de onderbouwing klopt, kan zzp’ers blijven inzetten waar dat verantwoord is, terwijl concurrenten uit voorzorg de hele inhuur stopzetten. De krappe arbeidsmarkt vraagt om alle werkenden. Wie zijn administratie op orde heeft, kan ze ook daadwerkelijk inzetten.
Niet omdat de markt meezit. Niet omdat de wet duidelijk is. Maar omdat de organisatie intern is ingericht om die zekerheid zelf te leveren.
De daling van 12% wordt makkelijk gelezen als een teken om af te wachten. Als een tijdelijk probleem dat verdwijnt zodra de Zelfstandigenwet er is. Maar de wet lost de onderliggende vraag niet op. Die vraag, hoe aantoonbaar je je arbeidsrelaties hebt ingericht, blijft staan, welk kabinet er ook zit.
De echte vraag is daarom niet: wanneer komt er duidelijkheid uit Den Haag? De echte vraag is: laat je de regie over je inhuur afhangen van wetgeving, of richt je je backoffice zo in dat je die zekerheid vandaag al zelf in handen hebt?
